Het knotten
Uit de propagandacommissie is het actiecomité "Behoud Knotwilg Heteren"ontstaan. Aangespoord door deze, als knotploeg van Heteren bekend geworden, groep mensen is in november 1974 het onderhoud van start gegaan met een gemiddelde van 80 bomen per seizoen. Na drie opeenvolgende knotseizoenen is het achterstallig onderhoud in de uiterwaarden al grotendeels weggewerkt. Soms werkte men onder bijzonder moeilijke omstandigheden door plotseling opkomend hoogwater in de Rijn.
Het eerste seizoen was de opkomst van de vrijwilligers erg groot. De topscore was 65 mensen op één zaterdagmorgen. Later ontwikkelde zich een kleine harde kerngroep. Daarnaast zorgde de Vrijwilligerscentrale uit Arnhem structureel voor mensen die door de week wilgenhout ruimden.
De subsidies kwamen van de Provincie Gelderland uit het N 70 fonds ( ƒ 6,- per boom) en later ook van het Ministerie van LNV. De gemeente doneerde een kwart van de kosten. Het resterende deel van de kosten kon worden gedekt met opbrengsten van het zware hout dat werd afgenomen door de papier- en vezelindustrie. In totaal is 230 ton hout afgevoerd.
Na het wegwerken van het achterstallig onderhoud diende zich de periode aan van het structureel onderhoud in een omloopcyclus van 6 tot 8 jaar. De houtopbrengst verviel daarmee want de polsdikke staken voldoen niet voor de industrie. Het actiecomité wordt dan geheel afhankelijk van beheerssubsidies. De subsidiërende instanties vragen om een waarborg en dat is de reden waarom het actiecomité in 1988 besluit om in een Stichtingsvorm de activiteiten voort te zetten. Dat betekende ook dat de eigenaren enige waarborg hadden dat het beheer van de waardevolle natuurelementen in de uiterwaarden een structureel karakter kreeg.
De Stichting "Knotwilg en Natuurontwikkeling Uiterwaarden Gemeente Heteren"werd de stichting met de lange naam, een naam waaruit de veel bredere doelstelling naar voren komt dan alleen het knotten van wilgen.