Om te mogen branden is een stookontheffing nodig. Vooraf wordt ook altijd de brandweer ingelicht. Er wordt afstand gehouden van struiken, bomen en watergangen. De ondergrond dient verhard te zijn en de as wordt afgevoerd.
Een of twee personen beheren het vuur. Zij zorgen voor het lastige begin, voorkomen dat het in de hoop niet 'leeg' brandt en zorgen ervoor, dat het vuur niet gaat 'lopen' met de wind, zodat je een hele grote brandplaats krijgt. Als je wilt helpen, laat je je dan altijd adviseren door de brandmeesters.
Bij het vuur zijn altijd een greep en een emmer aanwezig.